24 juni 2008
De nacht verbergt haar geheimen slecht.
Het moet ergens midden in de nacht geweest zijn. Die korte juninacht. Half 4 blijkt later.
Het is stil en toch word ik wakker. De nacht is vol van opwinding.
Stemmen. Ik kan niet verstaan wat er gezegd wordt maar hoor iets – nee dat kan niet
waar zijn
– ja toch, het is wel waar.
Dit is een opwinding die ik ken, die ik ken van nu alweer lang geleden. Een opwinding die
nooit uit mijn herinnering geschrapt zal worden: de geboorte van onze dochter, van onze
zoon.
En inderdaad, ’s ochtends hangt de vlag uit.
Die nacht is er een kind geboren.
En dan gebeurt wat er altijd hoort te gebeuren.
Vader, half aangekleed, wordt, staande op de stoep begroet door naar hun werk gaande
buurtgenoten. Staande receptie ’s ochtends tussen acht en half negen.
Fluitend vertrekt de straat naar kantoor.
Een maand geleden schreef ik hier nog over een maandagochtend in Mei. Toen kwam het
bericht van een overlijden binnen. En nu dit.
Een zomerkind.
Begin juni kinderen zijn aarbeienkoninkjes, zo weet ik uit ervaring.
Maar eind juni: eind juni zijn de kersen rijp.
Dus … ik zie hem al straks, de kersen om zijn oren de verjaardagstaart aansnijdend, dat
nieuwe juni kind, dat zomerkind.
Dat het hem goed gaat.
Guido Wevers