19 november 2008
Vrijdagavond.
De stad blaast stoom af.
Het is het weekje wel geweest.
Dronken waggelde het Vrijthof zich de Novembernacht door die 11e van de 11e.
Verbijstering alom.
Geblaas, gefluit, letterlijk stoom uit de oren.
Ingezonden brieven. Sussende woorden. Opgewonden commentaren.
Getrommel in de nacht.
De stad zal –of ze nu wil of niet- klaar moeten komen met dit soort van evenementen.
Getrommel in de nacht.
Veel te vroeg fiets ik ’s anderendaags ’s ochtends naar het station.
Twee keer moet ik door mijn ogen wrijven: er ligt een tapijt uitgerold.
Een tapijt van gelen en roden.
Na alle afval en stank rolt de stad voor zichzelf deze zaterdagochtend in het grijze novemberlicht –het licht waar Charles Eijck zo’n meester in was- het laatste herfsttapijt uit.
Opnieuw getrommel in de nacht, maar nu omfloerst.
Met moeite fiets ik stationwaarts, van plan zo snel mogelijk terug te keren.
Guido Wevers