column

Met het oog op Morgen

20 mei 2009

“Haar dag sloot ze af met: “Met het oog op morgen”, zei de dochter tijdens de begrafenisplechtigheid.

“Buiten is het 7 graden en binnen zit …”

In mijn herinnering hoor ik de openingszin van dit roemruchte radioprogramma nog na zinderen.


Jarenlang sloot de moeder die begraven werd haar dag af met “Met het oog op morgen”.

Het werd me wee te moede, om Joop den Uyl maar eens te citeren.

Ik besef dat samen met deze moeder een tijdsbeeld begraven werd.

Een Hollands tijdsbeeld. Oer-Hollands en merkwaardig genoeg vervlochten met een Duits zinnetje.


Ik durf er mijn hand niet voor in het vuur te steken, maar ik meen me te herinneren dat ik het 30 jaar geleden reeds hoorde. Terugkerend van toneelrepetities ergens in de provincie. Donkere nachten terugrijdend vanuit Gennep, vanuit de Peel, of dichterbij vanuit Genhout Beek, terug naar Maastricht: “Was Ich nog zu sagen hätte, dauert eine Zigarette und ein letztes Glas im Stehen”.

En verbonden met dat zinnetje, het luisteren naar actualiteitenprogramma’s, naar Radio 1.

Een bepaald soort Nederlanders deden dat. Zij wisten over die actualiteiten veel te vertellen en deden dat met gedrevenheid. Respectvol, andere meningen overeind latend, niet schreeuwerig het eigen gelijk bevechtend, vaak met een verfijnde uitspraak.

Een Holland dat ik met grote opgetogenheid leerde kennen en waar ik graag mijn koffer uitpakte.


Ik geef het grif toe, het is met enig heimwee dat ik aan dat erudiete Holland terugdenk. Een Holland dat verdwijnt met de dood van ouders en schoonouders.

Niet dat deze tijd geen rijkdom kent. Ik echo niet mee dat de verruwing en verplatting welig tiert. Elke tijd zijn eigen klank. Alhoewel de Nederlandse verplatting in Moskou gelukkig genadeloos uit de Songfestivalfinale werd geslagen.

Er is nog hoop. Wie beweerde daar iets anders?


Maar met dat ene zinnetje “Es ist Zeit für mich zu gehen …”, uitgesproken tijdens een begrafenisdienst, werd afscheid genomen van een vrouw en met haar van een tijd.

“Was Ich nog zu sagen hätte, dauert eine Zigarette und ein letztes Glas im Stehen”.

Guido Wevers