column

Herfstvakantie

22 oktober 2009

Hij duikt weg achter de laurierstruik,
de denkbeeldige kogel ternauwernood ontwijkend.
Gevloek van de andere kant van het park.
Ge-ren.
Het doffe geplof van een houten pistool. Doef doef.
Weer ge-ren.
De ligusterhaag blijkt een minder veilige schuilplaats.
Terug naar de laurierstruik, vele loopgraven verder op.
Doef. Doef.
Geraakt.
Een witte zakdoek verschijnt ten teken van overgave.
En de kerk? De dorpskerk?
Schijnbaar roerloos staat ze daar tussen dat oorlogsgeweld te staan.
Zoals ze daar al bijna een eeuw staat te staan.
Ze gaapt een beetje, de dorpskerk, op deze late namiddag.
Ze vindt het wel aangenaam dat geritsel aan haar voeten. Dat jongensgeweld, dat doef doef, dat ingehouden gevloek.
Vanuit mijn auto sla ik dit dorpstafereel gade en de herinnering aan vervlogen najaarsvakanties dringt zich op.
Veldslagen, wereldoorlogen in zakformaat.
Maar ook de theatervoorstellingen. Thuis achter op de wei. In een echt theater. Gebouwd van boomstammen met paardentouw aan elkaar gebonden. En lakens, veel lakens om het heilige der heilige van de buitenwereld af te schermen.
Want daar achter die lakens daar gebeurde het. Daar steigerde het paard van de Rode Ridder, daar huisde het Spook van het Louvre, daar leefde Johan en de Alverman. Nagespeelde televisiefeuilletons, stripboeken en zelf verzonnen verhalen.
Herfstvakanties, op gang geschoten door de najaarskermis.
Smoutebollen eten, de botsauto’s en het bal.
Wanneer de “foire” werd afgebroken en de botsauto’s opgeborgen voor de winter, was het tijd voor ons theater. Op hoogtijdagen haalden we 12 bezoekers. Onze eigen straat en die van 2 straten verderop. Toen we later doeken tussen de lantaarnpalen spanden met daarop: Welkom the Beatles en we “Help” en “She loves you, yeah, yeah” coverden, hebben we zelfs het magische getal van 25 bezoekers gehaald. Maar dat was later toen we alweer broeken met lange pijpen droegen.
En nu, nog veel jaren later, kriebelt het nog altijd.
Het bal werd ondertussen Dance I said.
Het oorlogsgeweld wordt verbeeld in workshops en de voorstellingen die spelen in een echt theater.
Maar de verbeelding, de verrukking, de opwinding blijft.
festival jong!
Ik sta te popelen.

Guido Wevers