11 november 2009
“Deze voorstelling moeten we naar Maastricht halen”, zei ik tegen mijn collega een jaar geleden.
We kwamen op een koude, kille novemberavond, nu precies een jaar geleden uit het cultureel centrum van Doornik en daar vulden we elkaar aan, duikelden we met superlatieven over elkaar heen. Deze voorstelling hoorde tot mét van het mooiste wat we de laatste jaren hadden meegemaakt. En niet alleen wij vonden dat, de zaal als geheel vond dat. Die zaal werd, zonder overdrijven, bijna afgebroken door het publiek.
Een jaar later stáát the Sound of Silence in Maastricht.
80 Toeschouwers verlaten in de pauze het Theater, 80 mensen naar huis.
Na afloop word ik belaagd. Men vond het verschrikkelijk, saai, niets aan en het dúúúúrde.
Een meneer die zich uitgeeft als voormalig recensent van de Tijd spreekt me aan: “Bent u hier verantwoordelijk voor?”
“Ja, ik ben hier verantwoordelijk voor”, zeg ik. Weglopen voor iets ligt niet in mijn aard.
“Hoe kunt u ons zoiets…”, hij haperde, zocht naar woorden, woorden die iets onmetelijks konden uitdrukken, hij hapte naar lucht maar kwam niet verder dan: “… hoe kunt u ons dit niets, dit totale niets, voorschotelen?”
“Tja meneer, ik vind het één van de belangrijkste voorstellingen die ik in tijden gezien heb. Omdat ze laat zien …”
Stop. Ik ga niet opnieuw uitleggen en verklaren.
Velen zijn die avond naar de schouwburg gekomen in de hoop die bijzondere voorstelling waar ik met passie over sprak, mee te kunnen maken. Helaas, het is niet zo gelopen.
Helemaal niet helaas!
Toeschouwers die me aanspraken glunderden, “geweldig dat u zo’n voorstelling naar Maastricht haalt”. Mails kreeg ik, vol dankbetuiging.
Tja, en wat moet je dan?
Mensen kijken verschillend. Klaar. Meer kan ik er ook niet van maken.
Meer kan ik er echt niet van maken. Het zij zo en het is ook maar goed zo.
Moet ik dan in het vervolg mijn enthousiasme voor me houden?
Ik kan niet anders, wij van het theater kunnen niet anders dan getuigen van datgene dat ons raakt.
En dat dragen we uit. We houden onze ogen en oren zo open mogelijk, maar wijzer dan we zijn, zijn we niet.
Jammer dat het die avond niet lukte. Theater blijft een dialoog.
Peter Brook, die grote Engelse regisseur die in Parijs in zijn theater Bouffes du Nord onvergetelijke voorstellingen maakte, zei het al: “de acteurs zetten de eerste stap in het spel der verleiding, maar als de zaal haar schouder niet ook ontbloot, dan wordt het niets met de liefde die avond."
En liefde? Tja, liefde laat zich niet dwingen.
En dat is maar goed ook.
Het geheim van de stilte.
The Sound of Silence.