column

Een koning zonder land

28 mei 2010
 
In St. Vith, jawel, dat stadje, deep down in de Ardennen.
Tot mijn eigen verbazing was ik er in amper 50 minuten, daar in St. Vith zag ik vorige week een theatervoorstelling.
25 jaar reeds bestaat het Agora Theater en na al die jaren had ik nog nooit een voorstelling van dit gezelschap gezien. Zij opereren vanuit St. Vith en spelen in Duitsland, Frankrijk, België en heel af en toe in Nederland. Vorige week hadden ze een première.
St. Vith behoort tot de Deutschsprachige Gemeinschaft en die doet mee met Maastricht Culturele Hoofdstad van Europa, vandaar.
“Een koning zonder land”. Een première, een merkwaardige première.
Twee voorstellingen zag ik die avond. Eentje op de scène en één voorstelling gespeeld door het publiek zelf.
Zelden zag ik een publiek zo open, zo gretig een voorstelling volgen.
Toegegeven, veel premières in een jaar telt St. Vith niet, maar los daarvan; je voelde dat die mensen wilden kijken, meegenomen wilden worden door wat het gezelschap te bieden had.
De eerste voorstelling, de echte voorstelling eigenlijk, verraste door een gebrek aan cynisme.
Dat klinkt u misschien vreemd in de oren maar, in het theater zoals wij dat kennen klinkt, hoe zal ik dat eens zeggen: “het getob over waar we met z'n allen in terecht gekomen zijn”, geef toe ik had dit bruter kunnen formuleren, in ons theater klinkt dat getob soms meer dan oorverdovend door.
En dan is het verrassend om plots een volstrekt open, een met een verwonderde blik naar de wereld kijkende voorstelling te zien.
Nee, niet naïef maar nog oprecht verbaasd, verwonderd.
Ik vroeg me onmiddellijk af of deze voorstelling, mocht ze hier in het reguliere programma opgenomen zijn, of ze hier ook zou werken. Om eerlijk te zijn, ik ben daar nog niet zo zeker van.
Eigenlijk vertelt deze voorstelling meer over hoe ik, (hoe wij?), kijk(en).
Eigenlijk vertelt ze iets over onze kijkcode.
En gek genoeg, daarom is ze voor mij belangrijk.
Daar in het zo dichtbije maar als ver weg beleefde St. Vith, werd ik onbewust geconfronteerd met iets dat ik, (dat wij?) verloren heb(ben).
Zou dat euregionale denken dan toch zinvol zijn?

Guido Wevers